Moet je in de winter je motor laten draaien voor vertrek?

De winter is terug en daarmee ook de koude starts voor verbrandingsmotoren. Elk jaar duikt dezelfde vraag weer op: moet je je auto even laten opwarmen voor je vertrekt? De meningen lopen uiteen, behalve over één ding: de eerste vijftien minuten zijn cruciaal. Dit zijn de juiste gewoontes.
Met de terugkeer van de ochtendvorst laait de discussie weer op: moet je de motor laten draaien voor je de weg op gaat? Volgens de constructeurs is dat niet nodig. Zij wijzen op de stevigheid van moderne motoren en de efficiëntie van synthetische oliën, die vlotte koudstarts mogelijk maken zonder noemenswaardige slijtage. Maar het Duitse magazine AutoBild gaat daar tegenin en nuanceert dat optimisme: zelfs moderne motoren slijten sneller bij koudstarts. Hoe zit het nu echt?
Het Duitse magazine heeft gelijk. Ondanks de vooruitgang van de afgelopen jaren zijn smeeroliën bij lage temperaturen nog altijd dikker van structuur. Dat betekent dat ze zich moeilijker verspreiden wanneer het koud is, waardoor bewegende delen meer wrijving ondervinden en dus sneller slijten. Bovendien zijn ook de metalen onderdelen koud en dus nog niet uitgezet zoals bij warme motoren. Dat zorgt voor een grotere speling tussen bewegende delen, wat logischerwijs ook de slijtage verhoogt.
Niet stationair laten draaien
Wat moet je dan doen? De motor stationair laten draaien? Zeker niet. Om twee redenen: ten eerste warmt de motor bij stationair draaien erg traag op. Het is dus nutteloos. Ten tweede is het wettelijk verboden om je motor stationair te laten draaien. In Wallonië is dat sinds maart 2019 een milieumisdrijf, bovenop een overtreding van de wegcode. De boetes kunnen oplopen tot 130 euro bij onmiddellijke inning. In Vlaanderen gaat het om een eerstegraadsovertreding met een boete van 68,02 euro. Bij gerechtelijke vervolging kunnen de bedragen nog hoger oplopen. Ook in het buitenland wordt dit beboet: in Italië en Frankrijk bijvoorbeeld, waar je respectievelijk 173 en zelfs 750 euro moet betalen. En terecht: een stationair draaiende motor stoot vervuilende stoffen uit, zeker wanneer hij koud is. Dan functioneren de ontstekingselementen (zoals de katalysator, de roetfilter of de DeNox-katalysator) nog niet omdat ze hun bedrijfstemperatuur nog niet bereikt hebben.
In werkelijkheid is een rustige en gecontroleerde start ideaal. Meteen plankgas geven is uiteraard contraproductief. Start de auto, laat de motor enkele seconden draaien zodat de vloeistoffen de mechaniek opnieuw bereiken en rijd dan binnen de minuut rustig weg. Daarna is het belangrijk om een vloeiende rijstijl te hanteren, met gematigde acceleraties, gedurende een kwartier of ongeveer tien kilometer. Waarom? Omdat de olie tijd nodig heeft om op temperatuur te komen. Laat je bovendien niet misleiden door de temperatuurmeter op het dashboard, want die geeft de temperatuur van de koelvloeistof weer en die is veel sneller opgewarmd. Er bestaan wel olietemperatuurmeters – bijvoorbeeld op sommige modellen van de Volkswagen-groep – maar die blijven zeldzaam in het autolandschap.
En hoe zit het met hybrides?
De kwestie van een koude start geldt ook voor hybridewagens. Al zijn er daarbij verschillende situaties. Zo werken zelfopladende hybrides (zoals bij Toyota) volgens hetzelfde principe als klassieke verbrandingsmotoren. Rustig vertrekken is dus ook hier de juiste aanpak.
Bij plug-inhybrides ligt het anders: als je vertrekt op de elektrische motor en de verbrandingsmotor pas aanslaat bij 120 km/u op de autosnelweg, dan is de thermische schok extra groot. Om de mechaniek te sparen en vroegtijdige slijtage te vermijden, is het bij koud weer dus aan te raden om in hybridemodus te vertrekken en pas later over te schakelen naar de volledig elektrische modus.
Ook elektrische wagens hebben trouwens een motor die gekoeld wordt met olie. Diezelfde olie stroomt ook door de transmissie, zelfs als het om een enkelvoudige overbrenging gaat. Ook hier geldt het advies: rij voorzichtig tijdens het eerste kwartier.
Bron www.gocar.be
