Youngtimers: de verbluffende cijfers achter een opvallende trend

Er was een tijd waarin het woord ‘youngtimer’ in sommige kringen op hoongelach werd onthaald… Het ging zogezegd om te recente auto’s, met te veel elektronica en vooral een schrijnend gebrek aan waardigheid door al dat plastic. Toch moeten we vandaag eerlijk zijn: youngtimers domineren de markt.
Het youngtimerfenomeen is allang geen marginaal verschijnsel meer in de wereld van klassieke auto’s: het is vandaag dé toegangspoort tot het universum van het erfgoed op wielen. De Federatie van Britse Historische Voertuigenclubs laat er in haar recentste rapport geen twijfel over bestaan: 29% van de eigenaars van historische voertuigen (ouder dan 30 jaar) heeft ook een youngtimer in bezit (volgens het rapport gaat het dan om een auto gebouwd tussen 1994 en 2003). Dat cijfer loopt op tot 53% bij liefhebbers die nog géén oldtimer bezitten. Anders gezegd: meer dan één op de twee liefhebbers begint z’n traject via deze weg.
Auto’s in topvorm
Gemiddeld is een youngtimer gebouwd in 1999, aldus het rapport. De meeste exemplaren zijn in goede staat en ingeschreven voor gebruik op de openbare weg. Nog opvallender: de gemiddelde eigenaar bezit er niet één, maar 1,5 van deze toekomstige klassiekers. De youngtimer is dus veel meer dan een budgetvriendelijke en eigenzinnige vorm van mobiliteit. Het is een echte opstap naar het verzamelen, waarbij de eigenaar z’n vloot langzaam uitbreidt.
En bij ons?
Waarschijnlijk zijn de cijfers hier vergelijkbaar. Eén blik op oldtimerbijeenkomsten en salons voor klassieke voertuigen volstaat om te zien hoe sterk deze categorie aanwezig is. Zelfs op de standen van professionele exposanten nemen de ‘jonge klassiekers’ een prominente plek in. En wie een blik werpt op het aanbod bij gespecialiseerde handelaars, ziet meteen hoe groot het aandeel is van auto’s van twintig tot dertig jaar oud.
Sterke nostalgiefactor
De referenties zijn bij ons natuurlijk niet exact dezelfde als in het Verenigd Koninkrijk. Daar zijn bij de min-35-jarigen vooral Ford, Audi, Mazda, Peugeot, Mini en Subaru populair. Auto’s die ze als kind zagen, vaak in de garage van hun ouders, in videospelletjes of autobladen. Maar je mag er donder op zeggen dat bij ons vooral BMW en Volkswagen sterk vertegenwoordigd zijn.
Alles is een kwestie van tijd
De merken die geliefd zijn bij de 75-plussers – Jaguar en MG, bij onze Britse buren – spreken de jongere generaties duidelijk minder aan. Dat verschil is geen afwijzing of teken van onwetendheid, maar gewoon een kwestie van referentiekader.
Even een persoonlijke herinnering uit de oude doos: we keren terug naar het prille begin van de jaren negentig. Mijn vader neemt me mee naar een rally van oude Citroëns. Op de parking sta ik oog in oog met een indrukwekkende stoet Tractions, die me aanstaren met hun enorme ronde koplampen. Te midden van dat zwarte leger staat een DS. Mijn vader loopt erheen en een clublid zegt: “Die is van een jongeling, die begrijpt nog niets van ‘echte’ klassiekers!” De DS was toen amper twintig jaar oud en zou vandaag gewoon als ‘youngtimer’ gelden. Nu zou niemand het nog in zijn hoofd halen om te beweren dat een DS geen echte klassieker is. En de Traction? Die blijft wat hij altijd geweest is: een mythe. Alles is dus een kwestie van tijd en acceptatie.
Doorslaggevend voordeel: het gebruik
Een ander opvallend element in het rapport: het gebruik. Historische voertuigen rijden gemiddeld 1.340 km per jaar, vooral korte afstanden, en maken slechts 0,2% uit van het totale Britse wegverkeer. De youngtimer daarentegen laat een veel intensiever en spontaner gebruik toe. Voor actieve liefhebbers is dat een belangrijke troef. Een youngtimer is perfect voor een geïmproviseerd weekendje weg, weer of afstand spelen geen rol.
In zekere zin kun je zeggen dat een youngtimer je toelaat om je passie volop te beleven vóór je ze gaat ritualiseren, door daarna een oudere auto te kopen. Natuurlijk zijn er puristen die dagelijks rondrijden in een Triumph TR3, maar zoals de Franse acteur Jean Gabin het ooit zei: “Het is zoals vliegende vissen: ze bestaan, maar je kunt niet zeggen dat ze de meerderheid zijn.”
Institutionele erkenning die het verschil maakt
Opvallend feit, en niet zomaar symbolisch: de Britse federatie zelf erkent vandaag officieel de structurele rol van de youngtimer, en heeft zelfs een eigen certificering gelanceerd. En bij ons? BEHVA is deze discussie al een tijd aan het voeren, ook zonder dat specifieke rapport als aanzet.
Het valse debat tussen oldtimer en youngtimer
Het blijft een denkfout om youngtimers en oldtimers tegen elkaar uit te spelen, meer dan ooit zelfs. De cijfers tonen aan dat het om hetzelfde publiek gaat, gewoon in verschillende fases van hun ‘autoleven’. Die realiteit negeren, is de opvolging afblokken.
Wie deze overgang daarentegen actief begeleidt (cultureel, fiscaal, technisch), draagt bij aan de toekomst van het hele erfgoed. Zonder de youngtimers van vandaag zijn er logischerwijs minder oldtimers morgen. Veel professionals zeggen het zelf: gisteren kwamen klanten voor een Volkswagen Golf GTI II, vandaag komen ze terug voor een Kever. Tijd om de oogkleppen af te zetten.
Bron www.gocar.be
