Studie bevestigt: tweedehands EV’s verliezen razendsnel waarde

StudieWaardevermingingEV.jpg

Achter de groeiende verkoopcijfers van nieuwe elektrische auto’s in 2025 hapert de Europese tweedehandsmarkt. Volgens een rapport van autobranchevereniging ACEA keldert de restwaarde van elektrische voertuigen fors. Een ontwikkeling die particuliere kopers afschrikt en de occasionmarkt onder druk zet.

De alomtegenwoordige discussie over elektrische auto’s draait vaak om hun lagere gebruikskosten: minder onderhoud (in theorie althans), goedkopere energie en fiscale voordelen (vooral voor bedrijven). Maar een nieuw rapport van de Europese autofabrikantenvereniging ACEA, gebaseerd op analyses van Quantalyse en STH Consulting, brengt een hardnekkig probleem opnieuw naar voren: de forse waardevermindering van elektrische auto’s. Een onderwerp dat al vaker aan bod kwam, maar nog steeds wringt.

Gemiddeld daalt een elektrische auto in Europa tien procentpunten sneller in waarde dan een vergelijkbaar model met verbrandingsmotor. In harde euro’s betekent dat zo’n 2.500 euro extra waardeverlies per jaar. Dit bedrag doet de beoogde besparingen op energie en onderhoud grotendeels teniet. Het gevolg? Afschrijving is nu de grootste kostenpost in de totale gebruikskosten (TCO), nog vóór energieverbruik en onderhoud samen.

Voor vloten en leasemaatschappijen leidt dit onvermijdelijk tot hogere leaseprijzen. Maar voor particulieren die hun spaargeld in een auto investeren, is de situatie nog nijpender: de onzekere restwaarde wordt steeds vaker een struikelblok en houdt kopers begrijpelijkerwijs op afstand.

Markt in tweeën gespleten

Volgens ACEA bestaat de Europese automarkt momenteel uit twee werelden die steeds minder met elkaar in verbinding staan. De nieuwverkoop wordt vooral gedragen door professionele spelers, gesteund door belastingvoordelen en gunstige regelgeving. Binnen die context blijven elektrische auto’s economisch gezien voorlopig nog aantrekkelijk.

Daartegenover staat de tweedehandsmarkt, die voor meer dan 80% wordt gedragen door particuliere kopers. Zij profiteren niet van fiscale voordelen en kunnen vaak niet thuis opladen. Het aanbod bestaat grotendeels uit rijk uitgeruste ex-leasewagens, maar die zijn in die zin aan de prijs dat de verwachte restwaarde van de eerste eigenaar deze te hoog heeft gelegd. Het resultaat: de vraag blijft uit.

ACEA wijst op een klassiek economisch verschijnsel dat zelden zo zichtbaar is: een schaareffect, waarbij twee tegengestelde krachten zich tegelijk ontwikkelen en uiteindelijk frontaal op elkaar botsen.

Factor twaalf?

Het evenwicht is volledig zoek: volgens het onderzoek is het aanbod van tweedehands elektrische auto’s twaalf keer groter dan de vraag. Die overdaad zet de prijzen onder druk en versnelt de waardevermindering.

Naast de harde cijfers wijst het rapport op een minder tastbare, maar minstens zo doorslaggevende factor: de angst voor technologische veroudering. Voor veel particuliere kopers voelt een drie jaar oude elektrische auto al gedateerd aan, vooral als het op actieradius en laadsnelheid aankomt. En natuurlijk remt deze angst ook de aankoop af.

Kwetsbare transitie

De slotconclusie van het rapport is niet mis te verstaan: het Europese beleid focust vrijwel uitsluitend op de instroom van nieuwe elektrische auto’s, maar laat na te kijken wat er met oudere modellen gebeurt. Zolang particuliere kopers afhaken, stokt de doorstroom en dreigt de tweedehandsmarkt te verstikken.

Als lokale kopers uitblijven, verdwijnen tweedehands elektrische auto’s uit beeld of moeten leasemaatschappijen hun aanrekeningen herzien. Het restwaarderisico wordt dan doorgeschoven naar de leaseprijs, wat nieuwe modellen automatisch duurder maakt. Op dat punt hapert niet alleen de tweedehandsmarkt, maar komt het hele economische model van elektrisch rijden onder druk te staan.

De boodschap van ACEA is helder: zonder een robuuste tweedehandsmarkt is grootschalige elektrificatie onhaalbaar. De transitie voltrekt zich niet langer bij de aankoop van een nieuwe auto, maar bij de doorverkoop. En precies daar stokt het. Te weinig particuliere kopers zijn bereid het risico te nemen.

Hoewel het ACEA-rapport terechte onevenwichten blootlegt, is het ook duidelijk geschreven vanuit het perspectief van industriële belangen. Tussen de regels door klinkt een pleidooi voor een herijking van het overheidsbeleid, met meer aandacht voor de tweedehandsmarkt, nodig om restwaardes te beschermen en de sector als geheel te stabiliseren. Maar hoe realistisch is dat, op lange termijn, in een tijd waarin EU-lidstaten massaal de begroting moeten aansnoeren? De vraag ligt op tafel.

Bron www.gocar.be

StudieWaardevermingingEV.jpg