Is de verbrandingsmotor uitgevonden door een Hollander?

De ontdekking van de verbrandingsmotor is geen eurekamoment van één enkele man. Nee, het was een stapsgewijs proces dat via stoom naar benzine leidde. Nu blijkt dat de wortels niet in Duitsland liggen, maar in Frankrijk. En de uitvinder kwam blijkbaar uit Nederland.
Nicolas Otto, Gottlieb Daimler, Carl Benz, Rudolf Diesel, dat zijn de namen van de Duitse ingenieurs uit de negentiende eeuw waaraan we denken als we de geboorte van de auto beschrijven. Maar wat als we je vertelden dat de oervader van de verbrandingsmotor - die nog niet aan het einde van zijn Latijn zit - geen Duits sprak, geen druppel benzine gebruikte en zijn uitvinding deed in de tijd van de Franse Zonnekoning? Maak kennis met Christiaan Huygens, de man die de wereld wilde aandrijven met … buskruit.
We moeten even terugspoelen naar 1673. In de chique salons van Parijs werkt een Nederlandse wis- en natuurkundige aan een idee dat letterlijk explosief is. Huygens, al wereldberoemd door zijn uitvinding van het slingeruurwerk, heeft een probleem. De tuinen van Versailles hebben water nodig, veel water, en de pompen van die tijd zijn te zwak. Zijn oplossing? “Le nouveau moteur.” Geen stoommachine, geen windmolen, maar een apparaat dat zijn kracht haalt uit buskruit.
Zeven jongens in de lucht
Het concept is even geniaal als fascinerend. Huygens ontwerpt een cilinder met een zuiger erin. Onderin ontsteekt hij een snufje buskruit. De explosie blaast de lucht uit de cilinder via leren ventielen. Als de boel afkoelt, ontstaat er een vacuüm. De luchtdruk van buitenaf duwt de zuiger vervolgens met kracht naar beneden. Die neerwaartse klap kan via een touw en katrol een gewicht optillen. Of: water pompen. Klinkt bekend in de oren, niet?
De uitvinding van Huygens werkt. Of toch deels. Zo weet de Nederlander tijdens demonstraties met een theelepel buskruit zeven jongens de lucht in te hijsen, wat overeenkwam met zo’n 500 kilo. Dat is meteen de allereerste keer dat iemand interne verbranding gebruikt om mechanische arbeid te verrichten.
Toch maar stoom?
Toch is het niet zo dat kruit en lonten de auto-industrie in gang hebben gestoken. Dat komt omdat Huygens’ machine één fataal gebrek kende: het was een onbetrouwbare en smerige bedoening. De roetresten van het buskruit koekten aan, de cilinder raakte verstopt en het mechanisme liep vast. Zijn assistent, Denis Papin, zag het probleem en dacht: "Misschien moeten we stoom gebruiken in plaats van explosieven." Geen kanttekening, dat idee van Papin. Want de mislukte buskruitmotor leidde rechtstreeks tot de uitvinding van de stoommachine, die op zijn beurt de industriële revolutie ontketende.
Eerherstel
Maar ere wie ere toekomt: zonder die Nederlandse sterrenkundige in Parijs had de geschiedenis er misschien heel anders uitgezien. Huygens bewees dat je een explosie kunt temmen. Hij begreep de principes van cilinders, zuigers en luchtdruk lang voordat Benz zijn eerste ritje maakte.
Het is een fascinerend "wat als"-scenario. Stel je voor dat Huygens een betere brandstof had gevonden die zijn opstelling in een degelijke aandrijving veranderde. Misschien hadden we dan al in de zeventiende eeuw koetsen zonder paarden gehad, aangedreven door knallende cilinders.
In plaats daarvan bleef het bij een experiment dat overschaduwd raakte door het latere succes van stoom en benzine. Toch zijn er nadien nog pogingen geweest door wetenschappers die de buskruitmotor operationeel maakten, maar als brandstof beschikt het explosief niet over de meest overtuigende eigenschappen: te zwak in kleine hoeveelheden, te verwoestend in grote. Maar vooruitziend was het zeker.
Bron www.gocar.be
